Noorse nationale schat verdween naar Deventer
Peperdure maritiem-archeologische expedities zijn er ondernomen in de fjord van Trondheim om de schat van de 16e-eeuwse aartsbisschop Olav terug te vinden. Zonde van het geld, vindt de Leidse historicus dr. Louis Sicking. Archiefonderzoek in Nederland levert veel meer informatie op.
Zomernachtopera
Iedereen in Noorwegen weet wie aartsbisschop Olav Engelbrektsson was: de machtigste politieke figuur van de vroege zestiende eeuw, en de laatste voorvechter van de Noorse onafhankelijkheid en het Noorse katholicisme. Ieder jaar wordt ter nagedachtenis aan hem op een eilandje in de fjord van Trondheim een zomernachtopera opgevoerd.
Kerkschatten
Eigenlijk was hij een soort mislukte Noorse Willem van Oranje’, zegt historicus Louis Sicking. Met medeneming van de kerkschatten en de aartsbisschoppelijke archieven vluchtte Olav in 1537 met verschillende schepen uit Trondheim weg. Noorwegen was namelijk het jaar ervoor in één klap Luthers geworden, toen Christiaan III koning van zowel Denemarken als Noorwegen werd.
Bodem van de fjord
Olav zelf kwam veilig aan in de Nederlanden, en overleed in 1538. Maar het lot van de schat werd tot voor kort beschouwd als een mysterie. Sicking: ‘Een zestiende-eeuws Noorse historicus schrijft dat het schip waarop de schat zich bevond is gezonken, en op de zeebodem ligt aan de monding van de Trondheimfjord. Hoewel dit verhaal later naar het rijk der fabelen is verwezen, zijn er tussen 1963 en 1997 vier peperdure maritiem-historische expedities geweest om de gezonken schat te vinden. Allemaal zonder resultaat.’
Rekeningen
Sicking, zelf niet gespecialiseerd in de Noorse geschiedenis, raakte bij dit Noorse nationale drama betrokken toen hij in het Algemeen Rijksarchief in Brussel rekeningen vond van de schepen waarmee de aartsbisschop naar de Nederlanden vluchtte. ‘Vanaf dat moment wilde ik weten wat er met die schatten was gebeurd.’
