• Direct naar het hoofdmenu
  • Direct naar het submenu
  • Direct naar zoeken
Studeren in Leiden
Universiteit Leiden

Actueel

Van zinnebeelden en fabels

12 maart 2008

Waarschijnlijk ken je zel wel. Manga-strips die voornamelijk in Japan populair zijn. Maar wist je dat de 18-eeuwse kibyōshi ‘boeken met gele kaft’ al de voorloper van de populaire manga-strips zijn? Beeld en tekst waren al in het oude Japan innig met elkaar verstrengeld.

Dichterlijke verbeelding

Prof.dr. Ivo Smits onderzoekt de dichterlijke verbeelding aan de hand van vroegmiddeleeuwse tuin- en kamerschermpoëzie, en aan de manier waarop in Japan Westerse embleemboeken werden geïnterpreteerd. Het embleem kent een vaste structuur: een plaatje met een gedicht en een zinspreuk of motto. ‘De Japanners kenden het uit het Nederlands geleende woord sinnebeeru, van zinnebeeld’, zegt Smits. ‘Het was hen wel duidelijk dat het plaatje een of andere symbolische betekenis had, maar hoe ze het precies begrepen is nog niet helemaal duidelijk.’ Shiba Kōkan (1747-1818) is een kunstenaar en geleerde die zich onder andere bezighield met emblemata en fabels. Hij was een zogenoemde rangakusha of ‘Hollandoloog’ en heeft de koperets in Japan geïntroduceerd. Smits: ‘Hij is een van de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden van hoe Nederland een inspiratiebron vormde voor Japan. Hij heeft essays geschreven over de Westerse symboliek, en bewerkingen gemaakt van de fabels van Aesopus.’

Opperhoofd

Smits geeft een mooi voorbeeld. ‘Bij de begrafenis in 1778 van Hendrik Duurkoop, het opperhoofd (de officiële titel van de leider van de Nederlandse handelsmissie), zijn de Japanners hevig verbaasd over de afbeelding van een zandloper met vleugeltjes op de grafsteen. Wat betekent die en waarom staat hij erop? Men kende wel algemene associatiecategorieën. Zo staat bijvoorbeeld de wilg voor herfst, het eind van een cyclus, een afsluiting, maar er was geen specifieke één-op-één-relatie zoals in een metafoor. Ik denk dat Shiba Kōkans boek met een reeks van geïllustreerde fabels een poging is om het begrip van de zinnebeelden in de embleemboeken te benaderen. Juist in de tijd dat hij zijn fabels maakt, schrijft hij ook over zinnebeelden. In zijn fabels past hij ook een driedeling toe die doet denken aan die van de emblemen. Hij stelt dat zinnebeelden een manier zijn om veel betekenis te geven en hij maakt duidelijk dat het gaat om de combinatie van beeld en tekst.’

Verbeelding als cultureel product

Ook in een ander, veel uitgebreider project komt Smits’ interesse voor de verbeelding als cultureel product tot uiting. Smits: ‘Ik vat dit samen onder de noemer dichterlijke verbeelding.’ In de klassieke tuin- en kamerschermpoëzie vormen gedichten waarbij de dichter zich voorstelt dat hij ergens anders is, het startpunt. De dichter identificeert zich met een figuur in de schildering op een kamerscherm en het personage dat het gedicht uitspreekt is het geschilderde figuurtje. Zo is het ook bij tuinen. De tuin beeldt een landschap uit en de dichter waant zich in dat landschap. ‘In diezelfde tijd komt het niet voor dat schrijvers zich zittend aan hun bureau identificeren met een personage ergens anders en een gedicht schrijven’, zegt Smits. ‘De vraag is waarom dat zo is. Blijkbaar hadden ze een visuele stimulus nodig; ze moesten een soort toneelset creëren. Ik denk dat dat een ingang is om de dichterlijke verbeelding van het oude Japan te begrijpen. En dat geldt ook voor andere tradities in Oost-Azië. Vroeger beoefende men literatuurgeschiedenis en historische letterkunde door alleen naar de tekst te kijken. Tegenwoordig heeft men veel meer oog voor de interactie tussen tekst en beeld. Het vak is daardoor erg veranderd.’

Hofdames

‘De wijze van lezen in het oude Japan was veel meer gekoppeld aan kijken dan we soms beseffen. Een van de belangrijkste manieren waarop men literatuur las in de middeleeuwen, was niet alleen door voorlezen en kopiëren met de hand, maar ook door illustreren. Er zijn allerlei aanwijzingen dat bepaalde hofdames al in de klassieke periode de specifieke rol hadden om illustraties te verzorgen bij populaire verhalen. Ook in de premoderne Edo-tijd (1603-1868) waren er eindeloos veel genres zoals de kibyōshi (‘boeken met een gele kaft’) die sommigen beschouwen als de voorlopers van de manga-strips. De plaatjes in die boeken hebben een belangrijke functie. Uit de monden van de personages komen teksten.’

Vraag

Smits: ‘Het gaat om de vraag of we kunnen begrijpen hoe die verbeelding werkte. Dat is een heel ‘grote’ vraag, waarop geen definitief antwoord te geven is, maar die uiteindelijk wel draait om hoe je andere culturen zou moeten bestuderen. Om in kaart te brengen hoe de verbeelding werkte, moet je jezelf lastige vragen stellen. Is verbeelding hetzelfde als fantasie of zijn het gescheiden categorieën? Is de verbeelding zwaar gecodeerd of is er vrijheid voor de dichter?’

Verwante opleidingen

  • Talen en culturen van Japan
Japanse bewerking door Shiba Kōkan van de fabel van de vos en de ooievaar (1814)

Laatste berichten

  • Leidse alumna Franca Treur in de prijzen
  • Friese taal en letterkunde in Leiden
  • Radio-interview Martina Vijver en Anja Verschoor over de effecten van metalen op het ecosysteem
  • Ontdekking van een Filipijnse hagedis
  • Leidse studente opnieuw gekozen tot bestuurslid bij Jeugdraad
Meer in het archief

Meer weten?

Heb je nog vragen? We helpen je graag!

Kom kennismaken!

Online Proefstuderen

25 oktober t/m 17 december 2010 (27-05-2010 – 18-10-2010) in Leiden.

Brochure aanvragen

Er is een brochure van elke bacheloropleiding. Vraag er één aan.

Forum

Vragen over studeren in Leiden? Studenten beantwoorden je vragen op het Forum.


Hoofdmenu

  • Home
  • Studies
  • Universiteit
  • Stad
  • Toegang
  • Kennismaken
Deze site doorzoeken