Bacheloropleiding
De bacheloropleiding Kunstgeschiedenis duurt drie jaar. Je sluit de bachelor af met een diploma en mag dan de titel Bachelor of Arts (BA) voeren.
Eerste jaar
In het eerste jaar volg je inleidende colleges in de verschillende deelgebieden, zoals beeldende kunst, industriële vormgeving en niet-westerse kunst. Ook ontwikkel je je algemene academische vaardigheden: je leert hoe je een wetenschappelijk onderzoek opzet en er verslag van legt.
Je eerste jaar
Tweede en derde jaar
In het tweede en derde jaar ontwikkel je je onderzoeksvaardigheden verder. Docenten van verschillende deelgebieden behandelen thema’s vanuit hun eigen invalshoek. Zo ontdek je zelf de samenhang tussen specialisaties en wetenschappelijke stromingen in de kunstgeschiedenis. In je tweede jaar ga je tien dagen op excursie. Een deel van je vakken kies je zelf in de keuzeruimte. Daarbij kun je ook kiezen voor een stage, een keuzepakket bij een andere opleiding of een verblijf in het buitenland. Zo stippel je zelf je optimale weg door je studie uit.
Kies je eigen weg
Over de grens
Eindwerkstuk
In je derde jaar schrijf je een eindwerkstuk. Dit werkstuk vormt de afsluiting van je de bachelor. Je specialiseert je in een van de ‘accenten’:
- architectuur
- kunstnijverheid
- niet-westerse kunstgeschiedenis
- visuele kunst
Met je docent bepaal je een onderwerp binnen zo’n ‘accent’.
Voorbeelden van werkstukonderwerpen
- Het gebruik en de functie van typologieën in de late Middeleeuwen aan de hand van de Divina Commedia van Dante Alighieri en de hooiwagentriptiek van Hieronymus Bosch.
- Damien Hirst vs Barnett Newman. Onderzoek naar de visuele strategieën in “The Stations of the Cross”.
- De architectuur van het Guggenheim als global museum.
- Het naoorlogse meubel in de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum van Amsterdam.
