Bacheloropleiding
De bacheloropleiding Talen en culturen van India en Tibet duurt drie jaar. Je sluit de bachelor af met een diploma en mag dan de titel Bachelor of Arts voeren (BA).
Eerste jaar
In het eerste jaar volg je vakken taalverwerving en krijg je inleidende colleges in de klassieke Indiase literatuur, de godsdiensten, geschiedenis, kunstgeschiedenis en land en volk.
Je eerste jaar
Tweede en derde jaar
In het tweede en derde jaar ontwikkel je je academische vaardigheden, bijvoorbeeld via onderzoeksopdrachten. Je gaat verder met de studieonderdelen van de propedeuse. Ook verdiep je je in een deelgebied van je interesse. Bijvoorbeeld een extra taal als het Vedisch of Tibetaans, of een cultuurvak als klassieke indologie, boeddhologie, kunstgeschiedenis, Indiase talen en literatuur of de geschiedenis van Zuid-Azië. Een deel van je vakken kies je zelf in de keuzeruimte. Je kunt kiezen voor een stage, een keuzepakket bij een andere opleiding of een verblijf in het buitenland. Zo stippel je zelf je optimale weg door je studie uit.
Kies je eigen weg
Bacheloreindwerkstuk
In je derde jaar schrijf je een bacheloreindwerkstuk, waarmee je de bachelor afsluit. Het onderwerp bepaal je samen met je docent.
Leidse variant
In de zogenoemde Leidse variant combineer je een brede kennismaking taal en cultuur van India met een studie geschiedenis of kunstgeschiedenis. Na het eerste jaar (de propedeuse) van Talen en culturen van India en Tibet staat deze mogelijkheid voor je open. In het tweede en derde jaar besteed je ongeveer de helft van je tijd aan vakken uit je hoofdstudie en de andere helft aan (kunst)historische vakken. Ideaal als je interesse vooral op die terreinen ligt dus!
